Oproep tot een eerlijke dialoog
"De Burundezen moeten goed begrijpen dat een ware democratie gebaseerd is op de concurrentie van maatschappelijke projecten"
In 2010 waren er verkiezingen in Burundi. Sommige partijen wezen de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen – gewonnen door de partij aan de macht CNDD-FDD – af. Ze trokken zich terug uit de wedloop met het argument dat er massale vervalsingen gebeurd waren. Frédéric Njebarikanuye (adjunct coördinator bij KBA-partner CEAL) merkt op dat de sociaal-politieke situatie verslechtert en dat het risico bestaat dat het geweld weer zal toenemen.
De actuele sociaal-politieke toestand in Burundi is kritiek. Gewapende mannen voerden recent aanvallen uit op politieposten en op burgers in Cibitoke, ruraal Bujumbura, Cankuzo en Ruyigi. Dankzij de gezamenlijke inspanningen van de regering en van de bevolking, lijkt de rust er geleidelijk terug te keren.
De meningen lopen uiteen over wat de betekenis is van die aanvallen en slachtpartijen. Sommige spreken van nieuwe opstanden tegen de regering. Een recent verslag van de Verenigde Naties over de sub-regio van de Grote Meren benadrukt de rol van bepaalde politieke oppositieleiders in deze destabilisering van de veiligheid in Burundi en in het oosten van de DR Congo. Anderen, waaronder de regering, spreken van groepen gewapende bandieten of criminele terroristen zonder politiek oogmerk die plunderen en vredelievende burgers vermoorden.
Geen onderhandelingen
Sommige politici doen uitspraken die de angst voeden en de bevolking niet geruststellen. Sommige oppositieleden - die een coalitie gevormd hebben die zij de ADC-IKIBIRI (Alliantie van de Democraten voor de Verandering) noemen - eisen na hun nederlaag in de verkiezingen van 2010 onderhandelingen met de regering. Zij laten tussen haakjes verstaan dat zij alle middelen zullen gebruiken om gehoord te worden. Als antwoord dreigt de regering hen tot in hun laatste verschansing te bestrijden als zij de wapens zouden opnemen. Anderzijds zegt de regering wel bereid te zijn om met hen in gesprek te gaan, op voorwaarde dat zij de wil van het volk bij de verkiezingen van 2010 niet opnieuw in vraag stellen. Zowel nationale als internationale waarnemers hebben de verkiezingen immers als correct en transparant beoordeeld.
De regering roept de oppositie op tot een dialoog binnen het Permanent Forum van de Politieke Partijen maar de verenigde oppositie erkent de wettelijkheid van dat kader niet en vraagt onderhandelingen onder toezicht van een bemiddelaar.
De rol van de civiele maatschappij
De organisaties van de civiele maatschappij en de media zouden moeten fungeren als brug tussen de twee kampen maar zijn jammer genoeg ook niet altijd wat ze lijken en worden dus aan de ene of de andere kant gerangschikt. In plaats van bij te dragen om de situatie te deblokkeren, lijken sommige van hen olie op het vuur te gieten. Het lijkt alsof zij de rol van de oppositiepartijen willen overnemen, wat verwarring sticht over de rol van de oppositiepartijen én die van de civiele maatschappij in Burundi. Hun houding is misschien te verklaren door het feit dat er in onze jonge democratie geen cultuur van politieke oppositie in de ware zin van het woord bestaat. Anderzijds zijn er net zo goed organisaties van het civiele middenveld die de heersende macht het hof maken.
Dit alles toont aan dat ook de Burundese civiele maatschappij steun nodig heeft voor de versterking van haar capaciteiten. Om beter haar rol te kennen in de samenleving en op een gepaste manier haar opdracht te vervullen.
In dit alles zijn de arme Burundezen op het platteland het spoor kwijt en weten zij niet waar zij aan toe zijn. De armoede blijft woeden bij de bevolking. Prijzen van voedingswaren stijgen dag na dag, ondanks de inspanningen die deze bevolking van 90 % landbouwers voortdurend levert om de productie op te voeren.
Bisschoppen roepen op tot dialoog en respect voor de rechtstaat
Binnen deze sociaal-politieke context, heeft de Conferentie van de Katholieke Bisschoppen van Burundi (CECAB) onlangs een persbericht verspreid dat het gezag en de politieke partijen van de oppositie oproept de Burundezen een oorlog te besparen en geen zelfzuchtige belangen na te streven die het leven van de bevolking in gevaar brengen. De bisschoppen sporen hen aan om samen rond de gesprekstafel te gaan zitten om oplossingen te vinden voor hun meningsverschillen en zo de vrede te handhaven en de democratie en de rechtstaat te verstevigen. De bisschoppen herinneren er ook aan dat deze dialoog de wil van het volk, zoals uitgedrukt bij de verkiezingen van 2010, niet in vraag mag stellen. De dialoog moet het vertrouwen tussen de politieke partners herstellen en aan de politici in ballingschap toelaten terug te keren naar Burundi, zodat ze zich kunnen verenigen voor de heropbouw van het land, dat net uit een meer dan 14 jaren durende oorlog is geraakt. Concrete maatregelen moeten genomen worden om de corruptie, de economische fraude, het verduisteren van openbare goederen en het onbestrafte clientelisme te bestrijden. Dit tast immers de structuren van de staat én die van private nationale organisaties aan. De regering moet zich daadwerkelijk inzetten om de strijd tegen de straffeloosheid aan te gaan omdat die het voetstuk is van de wandaden. De criminelen, de herrieschoppers, de verspillers, de corrupten en de verduisteraars van openbare goederen moeten voor het gerecht gebracht worden en verwijderd uit het bestuur van de belangen van de natie.
De eisen van de democratie
De Burundese politieke klasse en de Burundezen moeten goed begrijpen dat een ware democratie gebaseerd is op concurrentie van maatschappelijke projecten binnen een meerpartijenstelsel. Er zijn telkens weer winnaars en verliezers. Dus moet er ook een cultuur van respect zijn voor het verdict van het volk. Verkiezingen moeten rechtvaardig, transparant en vredig zijn en verliezers moeten geen voorwendsels zoeken om de resultaten van de verkiezingen af te wijzen om vervolgens onderhandelingen op te eisen die eigenlijk hun eigen lucratieve belangen bevoorrechten. Dit dreigt immers een gewoonte te worden in de meeste van onze Afrikaanse landen.
De overwonnenen moeten de morele verplichting naleven om op een verantwoorde manier hun nederlaag te aanvaarden en zich op een efficiënte manier voor te bereiden om een toekomstig mandaat na te streven, in plaats van het land te destabiliseren. Dit is een schande voor een land dat beweert de democratie te willen nastreven.
Voor de overwinnaars, zij moeten weten dat het volk hun een verantwoordelijkheid toevertrouwt waarover zij verantwoording zullen moeten afleggen. Het volk biedt hen niet de gelegenheid om zich op een onwettelijke wijze te verrijken door openbare goederen te verduisteren. Zij dragen de verantwoordelijkheid om de sociale cohesie te verstevigen en te werken aan de ontwikkeling en het welzijn van de hele natie. Zij moeten goed beseffen dat zij niet gekozen zijn om eeuwig aan de macht te blijven. Indien het soevereine volk zich van hen afkeert, moeten zij geen maffiose redenen of strategieën zoeken om aan de macht te blijven - wat vaak gebeurt in de meeste Afrikaanse landen - wat op zijn beurt volksopstanden teweegbrengt die dan samengaan met geweld, materiële verliezen en mensenlevens.
Samenwerken voor duurzame ontwikkeling
Als het niet te laat is, dan is het toch hoog tijd dat de Burundese politieke klasse, de organisaties van het maatschappelijk middenveld en de media zich herpakken. De vrede moet beschermd worden en er moet eenvoudigweg samengewerkt worden voor de integrale en duurzame ontwikkeling van dit land, dat elk jaar bij de drie armste landen van de wereld is. Dat zou een waardevol geschenk zijn dat zij aan het Burundese volk zouden aanbieden op de vooravond van de 50ste verjaardag van de onafhankelijkheid van hun land. De jongeren van hun kant zouden zich moeten bewust worden van hun verantwoordelijkheid in de voorbereiding van een betere toekomst. Zij moeten ten alle prijze vermijden dat zij gemanipuleerd worden en meegesleurd worden in het geweld en de oorlogslogica. Nooit meer oorlog in Burundi. De stap die gezet werd bij de Akkoorden van Arusha is een verworvenheid. Zij moet de Burundezen helpen definitief uit de vicieuze cirkel van het geweld te geraken.
Frédéric Njebarikanuye, adjunct Coördinator en projectverantwoordelijke bij de CEAL (Bisschoppelijke commissie voor het Apostolaat van de Leken), Bujumbura, februari 2012






