Artikelindex

Een maaltijd per dag verzekeren in Zuid-Kivu

AIBEF Groupe AIBRF

“De provincies Zuid- en Noord-Kivu kunnen heel de Congolese bevolking voeden”, zei men vroeger. “Vandaag hebben de mensen honger”, zegt Angèle Bahige van AIBEF (Steun aan de Initiatieven van het Familiaal Welzijn), KBA-partner in Zuid-Kivu. Zij analyseert de voedselsituatie voor de bevolking van de Kabare en Walungu en vertelt over de inspanningen die door de organisatie geleverd worden, vooral met vrouwen.

De oorlogen (1996-2007), de plunderingen, de verkrachtingen, de onveiligheid en de pesterijen van de militairen hebben de situatie van algemene armoede nog verergerd. De meeste gezinnen eten één magere maaltijd per dag.

AIBEF Achat-vente-2Honger in een vruchtbare streek

In de dorpen Kabare en Walungu hebben de mensen honger. Omdat er minder en minder gronden zijn die bewerkt kunnen worden, omdat de bewerkbare gronden voortdurend kleiner worden, weggespoeld werden door erosie en niet meer voldoende opbrengen om een bevolking te voeden die voortdurend aangroeit. In deze dorpen zijn er families die geen veld meer hebben, anderen oogsten helemaal niets meer. Zij hebben geen zaad van goede kwaliteit en beschikken niet over voldoende landbouwwerktuigen.

De boerenfamilies worden grotendeels ondersteund door de vrouwen, die zich inspannen om gewassen te telen, kleinhandel te drijven en zware lasten dragen om de kinderen ’s avonds eten te geven. Er is geen betaalde tewerkstelling in de dorpen. Enkele mannen werken in de thee- en kinaplantages, waar zij bijna niets verdienen, anderen zijn vertrokken naar mijnbouwbedrijven, vanwaar ze zelden terugkeren en meestal zonder geldmiddelen.

Voedselzekerheid voor oorlogsslachtoffers

Het is binnen deze context dat AIBEF werkt om de situatie van de families. De organisatie zet zich in opdat elk gezin te eten zou hebben. De werking bestond er de

    AIBEF is lokale steunorganisatie voor ontwikkeling aan de basis, werkzaam in de Bushi (Kabare en Walungu). Voedselzekerheid voor families is de voornaamste opdracht van AIBEF. Sinds 200 steunt de organisatie de basisgroepen in het in de praktijk brengen van initiatieven die bijdragen tot de verbetering van de levensvoorwaarden van de families die lid zijn. Dit gebeurt door hen toegang te geven tot volwaardige voeding en door hun inkomen te doen groeien.

afgelopen tien jaar in, arme families te begeleiden bij het verbouwen van het land, kleinvee te fokken en productieactiviteiten uit te oefenen die een financieel inkomen genereren. Wat belangrijk is voor deze families, is toegang tot voedsel: de mogelijkheid om zelf te verbouwen en te oogsten, zelf van die oogst te kunnen eten en de overschot te verkopen.

De families die lid zijn van de basisgroepen van AIBEF zijn meestal het slachtoffer geworden van plunderingen en geweld en hebben zo alles verloren. Sommige families hebben lapjes grond die ze niet verder kunnen bewerken bij gebrek aan werktuigen en zaden, anderen hebben helemaal geen veld en moeten overleven dankzij de gemeenschapsvelden. Vele moeten hun magere oogst aanvullen met activiteiten die iets opbrengen.

Dat is de reden waarom, naast de vormingen, een bijkomende materiële steun (werktuigen, zaden en kleinvee) aan die mensen een prioriteit is geweest van AIBEF.

AIBEF heeft een aantal groepen met in totaal meer dan 3000 gezinnen, gesteund met hakken, rieken, schoppen, zaaigranen en zaden van groenten, geiten, schapen, varkens en kweekkonijnen. Individueel en in gemeenschappelijk beheer, om families de mogelijkheid te geven de landbouw en het fokken van kleinvee opnieuw te starten na de geweldplegingen van de jaren 1996-2003.


Naar twee maaltijden per dag

AIBEF Rcolte masVoor dezelfde groepen heeft AIBEF microrealisaties gesteund in de kleinhandel, door middel van roterende kredietfondsen en infrastructuur voor het stockeren en de verkoop van de producten onder eigendom en beheer van de bevolking.

AIBEF steunt ook verwerkingseenheden voor de oogst, met name een molen en schilmachine voor ongepelde rijst. Dit zijn middelen om een meerwaarde te geven aan de producten van de boeren.

Families die lid zijn van de georganiseerde groepen, partners van de ontwikkelingsorganisaties, die helemaal niets hadden en waarvan de kinderen niet naar school gingen, hebben vandaag weer het recht verworven om te produceren en van hun oogst te genieten; anderen hebben nu activiteiten die hen toelaten opbrengsten te verdelen en voorraad en ontvangsten te beheren. Voor deze families zijn voortaan twee maaltijden per dag mogelijk.

Uitdagingen voor de overheid

Blijven nog de problemen van het grondbezit, de kleine oppervlaktes en het gebrek aan bewerkbare gronden, de barrières van soldaten, belastingen en de wisselvalligheid van het klimaat. Daar waar er wel voldoende vruchtbare gronden zijn, zoals in Mwenga, zijn er nog andere uitdagingen te overwinnen: toegangswegen, vorming en mobilisering voor het werk.

Ook moet het recht op voldoende en degelijk voedsel nog begrepen en gewaarborgd worden door de overheid. De boeren verwachten dat de overheid zorgt voor vrede en veiligheid, een einde stelt aan de pesterijen en instaat voor de noodzakelijke steun en faciliteiten voor de productie van levensmiddelen.

 Angèle Bahige, uitvoerend secretaris van AIBEF, Bukavu, mei 2012