Artikelindex
Het milieu in Zuid-Kivu: vervuilende goudzoekers. Wie betaal er?
Sinds de Congolese staat beslist heeft met buitenlandse ontginningsondernemingen contracten te ondertekenen, maakt men zich grote zorgen. In Zuid-Kivu overleeft de bevolking in een moeilijke socio-economische situatie,
gekenmerkt door een extreme armoede, verergerd door de onveiligheid, de oorlog en de corruptie.
Sedert een tiental jaren gebruikt de Congolese staat haar grondstoffen als oplossing. Het is om die reden dat ze contracten heeft ondertekend met buitenlandse mijnondernemingen. Met het bedrijf BANRO bijvoorbeeld, een Canadese onderneming die ontginningen uitvoert in Oost Congo. Deze onderneming heeft daar 4 exclusieve eigendommen van goudmijnen verworven langs de goudring van 210 km van Twangiza tot Namoya. De totale oppervlakte van de 4 eigendommen overschrijdt de 2.600 vierkante kilometers. In Zuid-Kivu gaat het over: Twangiza,Kamituga en Lugushwa. In Maniema over Namoya.
De mijnontginningen : de klep openen en de uitbarsting vermijden
Bij het opstarten van de mijnontginning van Twangiza werden eigenaars gedwongen hun gronden af te staan en te
verhuizen teneinde ‘BANRO mining’ het goud van hun dorpen te laten ontginnen. In Luhwinja heeft BANRO schadeloosstelling beloofd aan de dorpelingen ter plaatse en aan de artisanale goudwassers die verplicht werden zich op een andere locatie te installeren in het naburig dorp Cinjira. De mijnonderneming heeft zich geëngageerd nieuwe huizen te bouwen, drinkbaar water en electriciteit aan de bevolking te geven, ook werk, scholen te bouwen, bruggen en een baan Bukavu-Namoya die langs Twangiza loopt.






