Artikelindex
50 jaar onafhankelijkheid van Burundi: wat is de balans?
Burundi vierde in juli 2012 de 50ste verjaardag van zijn onafhankelijkheid. Om dit met veel luister te vieren, werden ter voorbereiding grote projecten opgestart in diverse sectoren terwijl men zich ook verheugde over de concrete verwezenlijkingen van het Burundese volk. Voor Frédéric Njebarikanuye van KBA-partner CEAL, was het een gelegenheid om een balans op te maken en een betere toekomst voor te bereiden.
Een terugblik
Sinds de onafhankelijkheid heeft Burundi heel wat meegemaakt en zwarte bladzijden gekend. Amper een maand na de democratische verkiezingen van 18 september 1961, die gewonnen werden door de UPRONA-partij van Prins Louis Rwagasore, werd deze vermoord. De bestuurders op het hogogste staatsniveau hebben elkaar verscheurd. Dictatoriale machten, geleid door een militaire en burgerlijke oligarchie, grepen de macht en volgden zichzelf op door systemen in te stellen die de bevolking verdelen en door het plegen van etnische massamoorden. De moord op de laatste mwami Ntare staat in het geheugen van de Burundezen gegrift als de gebeurtenis die de genocide van Hutu's in 1972 teweeg heeft gebracht. De etnische uitsluiting van bestuurszaken, de moord op Melchior Ndadaye - de eerste president die democratisch verkozen werd - en zijn medewerkers in 1993, de tien jaar durende burgeroorlog tot de wapenstilstand van 2005... Het lijden is enorm geweest. In het jaar 2000 waren de Arusha onderhandelingen over 'vrede en verzoening' nodig om het land opnieuw op de weg van de democratie te zetten.
Geleidelijk aan wordt nu een nieuwe natie opgebouwd.
De verwezenlijkingen
In de loop van die 50 jaren, heeft het land ondanks de doorstane moeilijkheden, een stap vooruit gezet in alle sectoren. Vele lagere en middelbare scholen en universiteiten werden opgericht, vooral in de loop van de laatste jaren. Elk kind heeft nu toegang tot onderwijs. Poliklinieken en ziekenhuizen werden gebouwd. Wegen werden aangelegd en verbeterd. In de energiesector werden stuwdammen gebouwd voor elektriciteitsproductie, ook al zijn er nog onvoldoende. Het aantal ondernemingen en productie-industrieën nam toe.
Op politiek vlak is men op de goede weg, vermits de instellingen hervormd werden om aan elke dochter en zoon van het land, zonder etnische of regionale uitzondering, kansen te bieden. Geleidelijk aan heeft de democratie haar plaats weer ingenomen, ook al ontbreekt het niet aan moeilijkheden. Het vreedzaam samenleven tussen de verschillende bevolkingsgroepen in Burundi is op de goede weg.
De uitdagingen
De toenemende armoede van de bevolking en van het land in het algemeen is een hinderpaal voor de integrale ontwikkeling. Zolang het land de hand moet uitsteken om te overleven, zal de soevereiniteit altijd op het spel staan, vermits de financierende machten de neiging zullen hebben om hun politiek en hun belangen op te leggen, zonder rekening te moeten houden met de belangen en de werkelijke noden van het Burundese volk. Ook blijft de toenemende werkloosheid een gevaarlijk element voor de veiligheid van de bevolking.
Het tekort aan vaderlandsliefde bij onze politici, bij bepaalde mannen en vrouwen van de civiele maatschappij en van de media, maakt dat ons land slechts met een slakkengang vooruit gaat in het instellen van politieke stabiliteit. De democratische waarden zijn nog niet goed doorgedrongen bij de meerderheid van de Burundezen, ook niet bij onze politici die 'democratie' als een slogan gebruiken.
De etnische kwestie kan weer opflakkeren want er zijn er die heimwee hebben naar het verleden en geen verandering willen. Wanneer gesproken wordt over hervormingen of over het rechtenherstel van oorlogsslachtoffers en gerepatrieerden, zwaaien zij met een etnische vlag om verzoeningsinitiatieven tegen te werken, terwijl zij tezelfdertijd de sympathie van de internationale gemeenschap trachten te winnen.
Het risico dat de corruptie, de economische verduisteringen en het cliëntelisme in de structuren van de staat, en zelfs in de organisaties van de civiele maatschappij, structureel wordt, is reëel en zou het land in nieuw geweld onderdompelen.
De toekomstperspectieven
Met de balans van deze 50ste verjaardag van de onafhankelijkheid als uitgangspunt, moeten we een betrouwbare basis uittekenen voor een nieuw, vredevol en voorspoedig Burundi.
Op sociaal vlak zal men voor eens en voor altijd de etnische ideologieën moeten verbannen. We hebben gezien waartoe dit leidt. Enkel de vaderlandsliefde van onze voorouders, eenheid en sociale cohesie kunnen ervoor zorgen dat ons land zich ontwikkelt en gerespecteerd wordt door andere naties. Daarna zal men de strijd moeten aan gaan tegen uitsluiting en onrechtvaardigheid in al haar vormen, zowel in het bestuur van de staat als in het alledaagse leven want het zijn deze virussen die het land naar de catastrofe geleid hebben.
Op economisch vlak zal de regering concrete en uitvoerbare maatregelen moeten treffen om de economische groei te bevorderen. Nieuwe industrieën en productieondernemingen en versoepelingen voor privéondernemers zouden toelaten werkgelegenheid te scheppen en de werkeloosheid te bestrijden. Het is noodzakelijk dat de regering zich intensief aan de landbouw- en de veeteeltsector wijdt (die 90 % van de bevolking tewerkstelt) om de landbouwproductie op te voeren en zo de hongersnood te bestrijden die cyclisch de bevolking bedreigt. De Burundezen zullen zich ontginningstechnieken moeten eigen maken voor de ondergrond, in plaats van beroep te doen op buitenlanders.
Op politiek vlak moeten wij de democratie, goed bestuur en de rechtsstaat verstevigen. Onze politici moeten ophouden politiek te zien als een bron van zelfverrijking. Een authentieke politicus begint niet aan politiek met als enig doel het verwerven van geld, rijkdom en aanzien. Hij wordt gekozen om het belang van de natie te verdedigen. Het is om die reden dat hij elke vorm van geweld vermijdt bij zijn stappen om aan de macht te komen. In de democratie gebeurt het veroveren van de macht op basis van logische, coherente, realistische samenlevingsprojecten, niet op basis van van demagogie.
Op vlak van het bestuur moeten de bestuurders beseffen dat zij niet hun persoonlijke eigendom beheren. Het land behoort ons allen toe. Zij moeten werken voor het belang van de hele natie. De strijd tegen de corruptie, tegen het verduisteren van openbare goederen en tegen het economisch wanbeheer in alle sectoren, zou een levenswijze van elke leider en van elke burger moeten zijn. Cliëntelisme en uitsluiting moet men vermijden, om het land niet te laten hervallen in geweld. De regering moet de veiligheid verzekeren voor allen en de rechten van de mens waarborgen.
Op vlak van het gerecht tenslotte, moet in alle onafhankelijkheid eenieder die zich schuldig maakt aan corruptie en elke onruststoker, ongeacht zijn rang, zonder valse uitvluchten vervolgd worden.
De toekomst van Burundi zal afhangen van het welslagen van de nationale verzoening en van het vestigen van een cultuur en mechanismen die de bescherming van de rechten van de mens waarborgen.
Daarom moet er gewerkt worden aan het verstevigen van de vrede en aan het voorkomen van conflicten op lange termijn. Hiervoor moeten we de jeugd leiderschap bijbrengen, zin voor verantwoordelijkheid en eerbied voor waarden. Het is noodzakelijk de capaciteiten van de jeugd te verstevigen rond het respect voor de mensenrechten, democratische principes, de mechanismen van vredesopbouw, preventie en het vreedzaam oplossen van conflicten.
Wij vieren dus deze 50 jaar onafhankelijkheid met overgave en in de hoop dat het land nooit meer de ongelukkige verwikkelingen zal beleven die het beleefd heeft.
Frédéric Njebarikanuye (CEAL) Bujumbura, juli 2012






