Artikelindex


Chinezen en Japanners overspoelen de dorpen

Nieuwe actoren die op zoek zijn naar mijnen, waardevol hout en gronden, doen de laatste vijf jaren, het heen-en-weer verkeer tussen Kinshasa en de provincies toenemen. Zij installeren zich in de dorpen, voorzien van mijncontracten en vergunningen voor bos- of landbouw exploitatie.

Op 1 september 2011 werden 985 mijncontracten goedgekeurd door het Mijnkadaster, meer bepaald in de provincies van Katanga, de twee Kivu's, de twee Kasayi en Neder-Congo.

Meer en meer Chinezen, Japanners, Koreanen, Canadezen, Zuid-Afrikanen... overspoelen de dorpen, op zoek naar gronden en concessies om te ontginnen. De kaart van het mijnkadaster illustreert goed de hoge mate waarin het land versneden wordt ten voordele van de exploitanten, meestal zonder veel scrupules. De enige belangstelling voor Congo die zij hebben, is voor de rijkdommen die eruit te halen zijn, een waardig leven voor de bevolking is het laatste van hun zorgen.
Concessies worden toegekend tot in bewoonde dorpen, wat de verhuizing van de bevolking met zich meebrengt, met onberekenbare gevolgen op socio-economisch en cultureel vlak. In zeldzame gevallen werden maatregelen genomen om aan families een nieuw onderkomen te bezorgen of de dorpen een nieuwe plaats te geven maar daarbij werd de bevolking verplicht haar waardigheid op te geven onder bedreigingen en pesterijen. Soms werd de bevolking verplaatst in haar eigen streek maar moest ze haar velden achterlaten en werden mensen samengepropt in ondefinieerbare woningen.


De mijncode is een lege doos

De toename van de straffeloosheid, door de stevige band tussen de militaire-politieke machten en de 'investeerders', draagt bij tot de rampzalige gevolgen van de inbeslagname en de uitbating van de natuurlijke hulpbronnen.

De uitbaters overtreden vlot de voorschriften van de mijncode, zowel als het over de verplichtingen tegenover de lokale bevolking en de zorg voor het milieu gaat, als over het volume van de uitgebate hulpbronnen ten overstaan van de fiscale verplichtingen.

Voor deze schandalige exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen, worden kinderen onder de 15 jaar gebruikt en geweld aangedaan, zowel in de mijnen als in de bossen. Op een cijfer van 200.000 mijnwerkers in Katanga, telt men tot 40 % kinderen die 2 à 3 dollar per dag verdienen.