Artikelindex
De Rechtsstaat verstevigen
Vandaag de dag zijn vele Congolezen ontmoedigd. Dit gevoel komt tot uiting door een schertsende opmerking die de inwoners van Kinshasa graag maken aan het adres van de ijverige burgers die denken een uitzondering te vormen op de algemene regel van omkering van waarden: “Yo nde okobongisa mboka oyo?” (Lingala voor: “Ga jij dit land op orde stellen?”). De meerderheid van de Congolezen heeft de hoop op “een beter Congo” verloren. Dat is niet hun fout. Die hoop is vervlogen door de institutionalisering van het slechte beheer van de Staat door zijn leiders. Bijgevolg heeft de bevolking haar vertrouwen in hen verloren; ieder probeert voortaan zijn leven op zijn manier te redden zonder zich te bekommeren om het algemene belang. Zo wordt Congo ontwricht en ontwikkelt het zich al 50 jaar slechts langzaam. Kunnen we in deze context zeggen dat we veroordeeld zijn tot de afdaling naar de hel? Wij denken van niet. Een ander, beter Congo is mogelijk.
Twee historische momenten
Er zijn twee momenten in de geschiedenis van de D.R. Congo geweest waarop de Congolezen samen gekomen zijn om een diagnose van de situatie op te maken en beslissingen voor de toekomst te nemen. Tijdens de jaren 1991-1992 vond de Soevereine Nationale Conferentie plaats, en in 2003 de Intercongolese Dialoog. Deze twee episodes in de geschiedenis van het land lieten de Congolezen toe in eer en geweten beslissingen voor een beter leven voor iedereen te nemen. Jammer genoeg ontbrak vaak de opvolging door de afwezigheid van een eindverantwoordelijke. Twintig jaar na de Soevereine Nationale Conferentie en negen jaar na de Intercongolese Dialoog, hebben we in de praktijk geen stap vooruit gezet.
Het vertrouwen van de bevolking herstellen
De situatie in Congo is in feite symptomatisch voor een zwakke rechtsstaat. De rechter, die de leiders moest herinneren aan hun grondwettelijke plichten tegenover de natie, heeft zijn macht verkwanseld en heeft zo voor de vestiging van de chaos gezorgd. Om aan deze situatie te verhelpen, moet men de rechter en de wet weer in het centrum van het Staatssysteem plaatsen. Maar daarnaast zijn nog enkele bijkomende maatregelen nodig.
Sommigen moeten bij voorrang genomen worden om het vertrouwen van de bevolking in haar leiders te herstellen:
- De oprichting van een interministerieel comité dat de beslissingen van de Soevereine Nationale Conferentie, van de Intercongolese Dialoog en van de Conferentie van Goma moet opvolgen, zodat de grote onderwerpen van nationaal belang geleidelijk in de toekomstige regeringsprogramma’s geïntegreerd worden.
- Het verzekeren van de effectieve onafhankelijkheid van de hoge Raad van de magistratuur en het versnellen van de oprichting van het Grondwettelijk Hof om het respect voor de Grondwet door alle machten en alle instellingen van de Republiek beter te verzekeren.
- Het samenroepen van de generale staven van Landsverdediging en Veiligheid om de situatie van het leger, van de nationale Congolese politie en van de inlichtingendiensten te evalueren. Deze moeten werkelijk apolitiek en republikeins worden, De inlichtingendiensten moeten aan een politieke (parlementaire) controle onderwerpen worden om hun praktijken te zuiveren.
- De oprichting en/of versterking van de Nationale Commissies voor de Mensenrechten, voor de strijd tegen corruptie en voor de toepassing van het principe van gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen binnen de instellingen van de Republiek.
- De uitvaardiging van een wet die een Waarheids- en Verzoeningscommissie opricht, net als een wet die gespecialiseerde kamers invoert om te oordelen over de schendingen van de Mensenrechten en de internationale misdaden die vóór de oprichting van het Internationaal Strafhof (ISH) begaan werden. Dit is nodig in afwachting van het moment waarop de onafhankelijkheid van de Congolese rechter effectief gerealiseerd wordt.
- De uitvaardiging van een wet die de oprichting van milities die zich voordoen als groepen jonge aanhangers van politieke partijen, op gans het grondgebied van de D.R. Congo strafbaar maakt, zodat de onveiligheid op het platteland en in de steden bestreden wordt.
- De uitvaardiging van een wet over openbare demonstraties om een einde te maken aan de willekeur op dit gebied.
- De versnelling van het decentraliseringproces. Dit werd gevraagd om de democratie tot concrete uitdrukking te brengen door de macht aan de basis te verlenen. Maar alle deadlines om de tussenstappen te verwezenlijken die noodzakelijk zijn voor haar effectiviteit, werden overschreden en zelfs de gemeentelijke en lokale verkiezingen hebben nooit plaats gevonden. Intussen wegen er in sommige provincies, zoals die van Katanga, reeds dreigingen van secessie. De laatste campagne van de Voorzitter van de Provinciale Vergadering voor de invoering van het federalisme is in dit verband veelzeggend. Om deze strekkingen te stoppen moet men sneller werken aan de decentralisering.
- De formele oplossing van de kwesties rond grondbezit in het oosten van het land. Het grondbezit lijkt een netelige kwestie in Kivu te blijven. Het zou aan de basis liggen van de oorlogsdreigingen en van de instabiliteit die men daar kent. Het is dus belangrijk deze niet over het hoofd te zien.
Als we ermee akkoord kunnen gaan dat vernielen gemakkelijk is en dat opbouwen een taak van lange adem is en heel wat offers vergt, dan kunnen we eenvoudig erkennen dat wat wij hier voorstellen geen simpel geneesmiddel is. Toch kan het een andere dynamiek teweegbrengen waardoor we een beter Congo kunnen we verhopen, “mooier dan voorheen”.
Fabien MBAYO, Comité africain des éducateurs aux droits humains (CAEDH), Lubumbashi, oktober 2012






