Artikelindex

Burundi:  Een oprechte dialoog

Tijdens zijn passage in Brussel op 11 februari 2013, heeft Mgr. Joachim Ntahondereye, bisschop van Muyinga, een ontmoeting gehad met zijn partner KBA, bij monde van voorzitter Luc Bonte en directeur Marie Bernadette Zubatse. De huidige situatie in Burundi was het onderwerp van gesprek. 

KBA : Hoe schat u de huidige situatie in Burundi in ?

Mgr. Ntahondereye :Door mijn contacten met de parochies van mijn bisdom, verenigingen en de basisgemeenschappen, stel ik vast dat de grote meerderheid van de bevolking zich verheugt op het feit dat de ordetroepen hervormd werden, aangezien die hen in het verleden veel angst en leed berokkend hebben. Het gaat zowel om leger als politie, want zij recruteren manschappen uit alle etnische bevolkingsgroepen van de maatschappij. En het is vooral om die reden dat zij vertrouwen heeft in de huidige machthebbers.

KBA : Is er dan geen enkele teleurstelling?

Mgr. Ntahondereye : Zeker wel, ook al kan ik niet bevestigen dat de bevolking er zich in dezelfde mate van bewust is als ikzelf. Ik denk meer bepaald aan de corruptie die geen enkele laag van de uitvoerende noch van de rechterlijke macht spaart, van in de heuvels tot op de hoogste instanties van deze twee machten. En dat terwijl zelfs de wettelijke macht daarin behagen lijkt te scheppen. Vandaag wordt er in de straten en in de media geklaagd dat de meeste staatsdiensten zich laten omkopen en, ongelukkig genoeg, de feiten lijken dit niet te ontkennen. Deze situatie is des te meer onrustwekkend omdat de bevolking zich daarnaar weet te schikken en eraan went, waarbij ze zelfs begrip tonen voor degenen die meedoen aan de corruptie onder het voorwendsel dat ze anders niet zouden kunnen overleven. Die ongezonde geest raakt zelfs onze kerkgemeenschappen en onze basisfundamenten. Gelukkig reageren degenen die er het slachtoffer van zijn en klagen ze de gevallen aan bij de parochiale of diocesane verantwoordelijken.

KBA : Nochtans, de president van uw land heeft een nultolerantie uitgevaardigd wat betreft de strijd tegen de corruptie.

Mgr. Ntahondereye: Dit is effectief heel duidelijk gesteld geweest, maar de toepassing ervan in de praktijk heeft nog een lange weg te gaan. Heel wat inspanningen werden geleverd door de tweede vice-president van de Republiek hetgeen men moet erkennen, maar tegelijk zijn meer inspanningen nodig en moeten ze uitgebreid worden op alle niveau's. De evaluatie die deze instantie openbaar heeft gemaakt net vóór de Conferentie van de ontwikkelingspartners van Burundi, die gehouden werd in Genève van 29 tot 30 oktober 2012, geeft effectief aan dat er vooruitgang is geboekt in de strijd tegen de corruptie. Terugbetalingen van ontvreemde fondsen en van slecht verworven goederen zijn reeds gerealiseerd geweest, maar tussen de verduisteraars lijken de "grote vissen" er totnogtoe aan te ontsnappen. Het lijkt erop dat de een de ander indekt of zelfs aanzet. Er blijft dus nog een lange weg te gaan. Vergeldingsmaatregelen moeten voortgezet en opgedreven worden, want we kunnen dit niet aanvaarden en de ogen te sluiten voor corruptie. Maar men zal deze ramp alleen maar kunnen stoppen en de kop indrukken door inspanningen te leveren op ethisch en moreel vlak, namelijk door te strijden tegen de mentaliteit die hogerop leeft, door middel van een gezonde ethische en burgerlijke opvoeding in de scholen en in de verschillende professionele middens.


KBA : Wat stelt u vast op politiek vlak?

Mgr. Ntahondereye : Er is verbetering op het vlak van rechtvaardigheid dat gedurende tientallen jaren gewogen heeft op de meerderheid van de bevolking, doordat deze haar burgerlijke rechten ontnomen waren, ook al werden ze formeel erkend. Anderzijds moet er over gewaakt worden dat geen enkel ander deel van de bevolking, hoe klein dit ook zij, vandaag een dergelijk onrecht wordt aangedaan.

Met het oog op de verkiezingen van 2015, is het goed nieuws te horen dat alle politieke partijen verklaren dat zij hiertoe willen bijdragen, en voldoende de bedreigingen te zien die zich nog steeds voordoen in de huidige politieke situatie van het land. Voor zover ik het spel van de democratie begrijp, geloof ik dat het belangrijk is om het terrein niet te verlaten maar er integendeel op aanwezig te zijn om zijn stem te laten horen, tenzij natuurlijk zijn eigen leven ernstig op het spel zou staan.

Volgens de huidige stand van zaken is de parlementaire oppositie zo zwak dat zij niet kan bijdragen tot een echt tegensprekelijk debat. Het is alleen maar verwonderlijk dat het parlement beslissingen neemt die ook de belangen van de oppositie dient. Wetende dat er een gebrek aan evenwicht is in het parlementair debat, eist de extraparlementaire oppositie, opnieuw gegroepeerd in de democratische Alliantie voor de verandering in Burundi (ADC-Ikibiri), dat zij geraadpleegd wordt. Dat is het geval geweest, bijvoorbeeld, bij het opstellen van de Nieuwe Nationale Verkiezingscommissie (CENI), en, ook vandaag nog, spijt het de oppositie dat zij hierbij niet werd geraadpleegd. Anderzijds, moet men wel erkennen dat zijzelf verbrokkeld zijn. Enerzijds door het feit dat haar wettelijkheid in vraag wordt toen zij aan de macht kwam met e verkiezingen van 2010 en anderzijds door de ballingschap van de leiders van sommige van haar partijen.

In het stadium waarin we ons bevinden, en als men rekening houdt het feit dat alle politieke partijen zouden deelnemen aan de volgende verkiezingen, zou de kieswet herzien en verbeterd moeten worden. Anders zou de sereniteit kunnen verstoord worden, de vrijheid van de kiezers en de transparantie van het verloop van de verkiezingen. Met dit doel is het nodig een inclusief debat te hebben dat het woord verleent aan heel de politieke klasse. Men kan alleen hoopvol zijn met het initiatief van Mr. Ananga-Onyanga, bijzondere vertegenwoordiger van de Secretaris Generaal van de Verenigde Naties in Burundi. Doel is om binnenkort de regering en de politieke partijen, oppositie inbegrepen, samen te brengen, om de nodige dynamiek te stimuleren, die vandaag nog onbestaande is, rond een eerlijke en inclusieve dialoog in de schoot van de politieke klasse.


KBA : Hoe zit het met de overgangsrechtspraak?

Mgr. Ntahondereye : Men wachtte op de oprichting van de Commissie Waarheid en Verzoening vóór het einde van vorig jaar, maar deze heeft niet plaats gevonden. Zij wordt opnieuw aangekondigd voor dit jaar; wij hopen dat er ditmaal woord zal gehouden worden. Maar intussen zijn er twee uiteenlopende inzichten over de kwestie van het strafrecht die nog met elkaar moeten verzoend worden. Enerzijds is de regering van oordeel dat, om geen schade aan te richten bij het verzoeningsproces, het past om elk rechterlijk onderzoek of vervolging ter zijde te laten in verband met de misdaden die begaan zijn gedurende de periode die de Commissie en de Internationale Gemeenschap erkent. Dit steunen de oppositie en de civiele maatschappij in het algemeen eerder dan dat beide zich opdringen. Wat mij persoonlijk betreft, lijkt het me dat de wandaden van het verleden niet zozeer moeten gestraft worden dan wel dat de schuldigen moeten bijdragen aan een betere toekomst van het land. Het is in dit perspectief dat de vrije en vrijwillige bekentenissen van de schuldigen zouden moeten plaats bieden om deze laatsten vrij te stellen van rechterlijke vervolgingen.

KBA : En wat met de fiscale hervorming waarover men hoort spreken ?

Mgr. Ntahondereye: Het oprichten van de Burundese Dienst van de Ontvangsten met een autonoom beheer zorgt zeker voor een diepe hervorming van het fiscaal systeem van ons land. Te oordelen naar de balans die deze Dienst periodiek openbaar kenbaar maakt, maar ook naar de waardering die de Regering van het werk ervan maakt, functioneert deze Dienst goed. Maar er blijven problemen die te maken hebben met menselijke fouten en met corruptie.

KBA : Men hoort zeggen dat de civiele maatschappij zich soms gedraagt als oppositiepartij.

Mgr. Ntahondereye: Net zoals de democratie, is de civiele maatschappij nog zeer jong in ons land. Niet alleen moet ze groeien om voldoende representatief te kunnen zijn voor de demografische en culturele verscheidenheid van het land. Ze moet ook voldoende diepgang geven aan haar missie en een effectieve manier van werken bewerkstelligen. Vandaag, is het socio-professioneel landschap van Burundi bezaaid met talrijke verenigingen en organisaties. Nochtans zijn er maar weinigen onder hen die er zich ervan bewust zijn dat ze deel uitmaken van de civiele maatschappij van het land en dat ze daarin een actieve rol kunnen spelen. En dit is in bijzonder waar voor verenigingen en organisaties die ontstaan zijn en actief zijn buiten Bujumbura, de hoofdstad. En dit is een cruciaal punt. Vermits zij bezield is en vertegenwoordigd door organisaties waaronder misschien de meest invloedrijke leden voortkomen van de vroegere eenheidspartij of van bewegingen die daarin geïntegreerd waren, is het niet evident dat zij helemaal vrij zou zijn van partijgebonden invloed bij de stellingnamen. Daar tegenover is, volgens mijn mening, de oplossing niet geld te steken in het oprichten van organisaties die van de strekking van de regering zijn of van de regerende partij. Men moet eerder in de schoot van bestaande of opkomende verenigingen en organisaties sensibiliserings-en vormingsprogramma's aanmoedigen die zich richten op het gemeenschappelijk welzijn en de plicht om zich in te zetten om hiervoor te ijveren en het te verdedigen. Ook de Kerk heeft een belangrijke rol te spelen door middel van CARITAS in al zijn geledingen, de Commissies Rechtvaardigheid en Vrede en van elke organisaties van christelijke inspiratie zoals het Centrum Ubuntu.


KBA : Wat stelt u vast op sociaal vlak ?

Mgr. Ntahondereye : Laat me toe onverpakt te antwoorden, en alleen stil te staan bij wat me spontaan voor de geest komt. Op het vlak van de gezondheid stellen we een duidelijke verbetering vast. De laatste jaren zijn er twee districtshospitalen per provincie opgericht, het aantal gezondheidscentra is vermeerderd, evenals het aantal geneesheren. Ongelukkig genoeg, eens ze benoemd zijn, is er onvoldoende uitrustingsmateriaal te plekke beschikbaar. Hier heeft de kwaliteit van de dienst onder te lijden. Er blijft dus nog een hele weg af te leggen. Op vlak van het onderwijs, werden er vele scholen gebouwd maar het aantal leerkrachten groeit niet in dezelfde mate, bij gebrek aan financiële middelen om hen te betalen en als gevolg van de quota die opgelegd worden door de Wereldbank. Dat heeft tot gevolg dat er een overbevolking in de klaslokalen is en dat het kennispeil en de vorming van de leerlingen daalt.

Op het vlak van het basisonderwijs werd reeds tot een hervorming besloten en deze zou moeten beginnen in september aanstaande. Deze zal uit het volgende bestaan : het lager onderwijs dat 6 jaar duurde zal vanaf dan 9 jaar duren en zal niet langer "lager onderwijs" genoemd worden maar "fundamenten school". Er zullen dus drie jaren toegevoegd worden aan het basisonderwijs, om dit zo uit te breiden tot aan de leeftijd waarop de jongeren een beroep kunnen leren en zich daarna integreren in het beroepsleven. Wat infrastructuur en logistiek betreft, betekent de hervorming dat er nog meer klaslokalen zullen nodig zijn, des te meer, omdat zelfs vandaag bijna alle scholen een groter aantal leerlingen tellen dan ze in staat zijn op te vangen. Als het van mij zou afhangen, dan zou de oplossing erin bestaan meer leerkrachten in te zetten en hun salarissen te verhogen.

KBA : Burundi is een landbouwland. Welke zijn de perspectieven ?

Mgr. Ntahondereye : De beperkte oppervlakte van de gronden en de verarming van de ondergronden vormen vandaag meer dan ooit een groot probleem, sinds de grote meerderheid van de vluchtelingen naar het land is teruggekomen. Dit land kan niet langer voor 95 % rekenen op alleen maar de landbouw om te overleven en voor zijn economische vooruitgang. Zeker, het is noodzakelijk de landbouw te ontwikkelen door teeltdiversificatie naargelang de streek en door de productie op te voeren, door uitwisselingen te stimuleren en de lokale markt te verbeteren. Maar het is ook nodig dat er wordt geïnvesteerd in de verwerking van de landbouwproducten, een betere bewaring en een industrialisering.

KBA : Wel bedankt voor dit onderhoud, Monseigneur

We publiceerden eerder de getuigenissen van Francine en Joachim. We zette onze reeks verder met het verhaal van Mathilde.